Over de inflatie van intellect

De McDonaldisering van cultuur?

 24 July 2018  |   28 July 2018

Het resultaat van een onderzoek dat ik las in Frank Furedi’s “Waar zijn de intellectuelen?” boezemt mij veel angst in: minder dan de helft van de samenleving wil tegenwoordig nog literatuur lezen. En dit gaat dan nog over literatuur! Ik ken veel mensen die met hun ogen draaien zodra ik nog maar het woord “boek” uitspreek, laat staan een conversatie over filosofie aan te gaan. Ik had er niet bij stilgestaan dat dit eenvoudig geëxtrapoleerd kan worden.

De eendimensionaliteit die in tegenwoordige media voorkomt is schrijnend. Zelfs als je een amusementsprogramma als het populaire “De Kampioenen” bekijkt door de jaren heen. De eerste 4 seizoenen bevatten (hier en daar) nog gevatte zinspelingen naar moeilijkheden in het leven die voor de kijker herkenbaar zijn. Een (klein) beetje diepgang, meer niet. Dat gecombineerd met de juiste dosis humor maakte de serie tot een groot succes. Maar 20 jaar later is De Kampioenen een erg holle echo van een ver verleden waarin alle mopjes platgeklopt worden en alle personages belachelijk gemaakt worden.

Het ergerlijke gevoel van beschuldiging van domheid bekruipt mij als ik kijk naar recente afleveringen. Sommige TV zenders zoals Vier zijn daar expert in: na de reclame een korte herhaling presenteren. Het moest maar eens zijn dat de kijker even onoplettend is geweest, of misschien simpelweg te stom op 15 minuten lang een belachelijk eenvoudig plot te kunnen onthouden. Gruwelijk ergerlijk en een regelrechte belediging noem ik dat.

Frank noemt dit de infantilisering van het publiek, of de McDonaldisering van cultuur:

[…] Professionele tekstschrijvers gaan tewerk alsof hun publiek uit snel afgeleide kinderen bestaat […] Kennis is een product geworden dat door vrijwel alle belangrijke instituties wordt afgenomen. Helaas kent de hedendaagse verbeelding kennis een oppervlakkig, bijna banaal karakter toe. Vaak wordt kennis voorgesteld als een geprefabriceerd, hapklaar product dat geleverd, overgedragen, op de markt gebracht en geconsumeerd kan worden.

Een recente workshop “bedrijfsgerichte artikels schrijven” op het werk liet een wrange smaak achter. De focus op zo kort mogelijke zinnen om “tot de essentie” te komen slaat op niets: het gaat gewoon over geprefabriceerde, hapklare stukjes informatie in het strot van het gewillig publiek rammen. Het is alsof wij ervan uitgaan dat het publiek per definitie niet slim genoeg is om informatie te interpreteren. Ik heb vriendelijk gepast: die schrijfstijl ligt mij niet. Het zal niemand verbazen dat de de workshop georganiseerd werd door journalisten met een te scherpe pen.

Zelfs een kijkje nemen naar strips levert ons dezelfde conclusie op. Neem nu een Suske en Wiske van 1950: De Bronzen Sleutel. Er is veel tekst, het thema is volwassen en de mopjes zijn nog niet afgekookt. Fast forward naar 2018: BaRaBaS 2.0. Groot lettertype, weinig tekst, holle inhoud:1

‘Ook voor de kinderen hebben we de beeldtaal vergemakkelijkt. Er staan nu minder tekstballonnetjes in een prentje: wie nog niet kan lezen, kan het verhaal al wel volgen.’

Wie nog niet kan lezen? Die moet geen Suske en Wiske ter hand nemen!

Dit zal als muziek in de oren van Frank Furedi’s betoog klinken. Het bevestigt jammer genoeg zowat alles wat hij aanhaalt in zijn boek. Er is niets mis met een evolutie van een strip, zeker niet gegeven de betrokkenheid van talloze scenarioschrijvers en tekenaars die komen en gaan. Wat mij wel zorgen baart is de algemene tendens tot verkinderlijking, alsof ergens bepaald is dat wij gewoon niet in staat zijn om energie te steken in iets. Er zijn genoeg bewijzen van anderen2 die aan dezelfde alarmbel trekken.

De Stedelijke Bibliotheek van mijn thuisdorp is een peutertuin geworden. Als leerling van de lagere school werden wij 30 jaar geleden er duidelijk op gewezen dat de bib een plek van absolute stilte was. Ik nodig iedereen uit om eens een bezoek te brengen aan diezelfde bibliotheek in het heden - en vergeet zeker geen oordopjes. Als studenten tegenwoordig zuchten bij het zien van een boek ligt dat niet aan hun maar aan de manier waarop wij studenten behandelen. Waarom wordt op- en afgeloop met de nodige gillen getolereerd in de bibliotheek? Hebben we schrik dat deze families niet meer terugkomen?

Het “omgekeerde elitarisme” lijkt vaak te lachen met de zot die nog moeite steekt in het lezen van iets, als iemand anders er toch gewoon een samenvatting van op het internet zwiert. Een manager van mijn vorig werk vroeg altijd om een samenvatting van een boek in één zin. Ik dacht dat hij bedoelde dat je maar zoveel boeken in je leven kàn lezen maar weet nu dat het puur uit gemakzucht was. Velen bestempelen je als “dikke nek” of “snob” als je de moeite doet om buiten je eigen kenniservaring te treden met non-fictie, in plaats van respect te hebben voor die pogingen geïnformeerd te zijn op multidisciplinair niveau.

Inflatie van het diploma is trouwens een feit en noemt men “degree inflation”. Gary North heeft hierrond een artikel geschreven dat stelt dat het behalen van een doctoraat tegenwoordig niets meer oplevert omdat er onder andere véél meer aanbod dan vraag naar is. Hij noemt het “The Ph.D. glut”. Een beetje inzicht in de economie van educatie werkt elke verbazing weg dat hogescholen op eender welke hype springen om zoveel mogelijk studenten te laten delibereren.

De verlengde gemiddelde studeertijd is een goede springplank voor de opkomst van technocratie om aan de stijgende vraag naar experten te kunnen voldoen. Mijn persoonlijke interpretatie van de woorden “intellect” en “intelligentie” (“slimheid”) zijn als volgt: specialisten zijn zeker bijzonder slim, in hun eigen domein. Een intellectueel daarentegen is bereid buiten zijn domein te stappen, en tot devotie tot kennis op alle vlakken waarbij kennis niet het middel maar het doel is.

Een intellectueel leeft voor ideeën. Een technocraat leeft van ideeën. Intellectueel zijn impliceert maatschappelijk engagement. Het is moeilijk om voor ideeën te leven zonder trachten invloed op de samenleving uit te oefenen.

Dit wordt bevestigd in de definitie van Wikipedia:

Een intellectueel is een persoon met een grote algemene ontwikkeling. Daarnaast heeft deze persoon een sterk ontwikkeld oordeelsvermogen en is hij of zij betrokken bij het maatschappelijk en cultureel debat.

Ik durf niet te beweren dat er binnen de universitaire muren geen experten meer leven, alles behalve: het zijn er net méér. Het idee om buiten je eigen domein te treden en ook publiek “levensrelevante” vragen durft te stellen wordt ook weer overgelaten aan experts op dat vlak. Papers die postdocs publiceren zijn de laatste 60 jaar supergespecialiseerd geworden. Nora Bateson benadrukt de belangrijkheid van een interrelationele band tussen alles3. Waarom zou je dan niet de moeite doen om het idee centraler te zetten?

Nieuwsgierigheid en een onderzoekende geest - deze concepten zouden centraal moeten staan in de opleiding van iedereen, van kinderen in het onderwijs tot volwassenen in een vervolmakingscursus. Toen ik klein was las ik nauwelijks tot ik als twaalfjarige Fantasy fictie ontdekte. Tot mijn vierentwintigste raakte ik zo goed als nooit non-fictie aan, tenzij het moest (opdracht van school, verplicht voor werk). Ik heb uiteindelijk zelf de intrinsieke motivatie gevonden om mijn interessegebied open te breken. Je kan het mensen die niet lezen niet bepaald kwalijk nemen: we worden totaal niet geprikkeld om zoiets gek als pagina’s achteroverslaan als hobby op te pikken. De minderheid die daar boven staat heeft gewoon zelf ontdekt wat de voordelen zijn.

Nieuwsgierigheid is de sterkste drijfveer die er bestaat, omdat die de twee grootste afremmende krachten die er bestaan kan overwinnen: het verstand en angst. - Roelant Sagehouwer, De Stad van de Dromende Boeken4

Wat is er nodig om die nieuwsgierigheid te stimuleren? Zelfs in een Universitaire omgeving is dat tegenwoordig moeilijker dan je denkt: veel proffen en assistenten bundelen hun eigen cursussen die hoogstens verwijzen naar bronnen. Daar zijn die hapklare stukjes informatie weer. Websites over self improvement hebben het over “go wide” versus “go deep”: moet je van zoveel mogelijk onderwerpen iets kennen of veel van één onderwerp?

Het antwoord is natuurlijk beiden, zonder in een van de twee gevallen te overdrijven. Een gemiddelde man wordt in 2016 iets minder dan 80 jaar, waarvan de eerste en laatse jaren niet bepaald productief te noemen zijn. Volgens het Dreyfus model vereist uit te blinken in iets 10 jaar doelbewust oefenen: dat levert optimistisch gerekend vanaf 20 tot 70 dus 5 disciplines op waar je in je leven geweldig goed in kan zijn. Zelfs in minder dan 10.

De stap van ééndimensionaliteit naar veeldimensionaliteit vereist oprechte openheid wat Keri Smith in haar boek “How to be an explorer of the world” aanhaalt als “everything is interesting”. Maria Popova heeft op haar blog Brain Pickings hier een leuk artikel over samengesteld. Brain Pickings is een van de veelbelovende labors of love die met haar enthousiasme en haar rol als kartograaf van betekenis erg aanstekelijk werkt:

Brain Pickings is my one-woman labor of love — a subjective lens on what matters in the world and why. Mostly, it’s a record of my own becoming as a person — intellectually, creatively, spiritually — and an inquiry into how to live and what it means to lead a good life.

Dàt is wat wij nodig hebben om geïnspireerd een boek open te slaan en te werken aan die grote zogenaamde algemene ontwikkeling.


  1. De Standaard [return]
  2. John Taylor Gatto: Dumbing us Down [return]
  3. Nora Bateson - Small Arcs of Larger Circles [return]
  4. Walter Moers: Zamonia #4 [return]
 Top