Boeken die mij gevormd hebben tot wie ik ben

Deze teksten lieten een blijvende indruk na

 20 August 2018  |   21 August 2018
  reading journaling

Zoals 2017 in boeken kan worden uitgedrukt, zo kan mijn leven in zijn geheel tot nu toe worden uitgedrukt in de boeken die het sterk beïnvloed heeft. Tijdens het lezen van Montaigne’s Essays kwam ik tot de vaststelling dat ook Michel de onderwerpen van zijn ‘Essais’ laat afhangen van de voorgaande werken die hij onder ogen heeft gekregen, zoals Cicero en Seneca in deel I. Iedereen moet immers zijn inspiratie ergens vandaan halen.

Met behulp van moderne tools als Goodreads kan ik - tot op zekere hoogte - achterhalen welke boeken ik in welk jaar gelezen heb, en zo achterwaarts reconstrueren welke daarvan een blijvende indruk gemaakt hebben. Als je meer dan 12 boeken per jaar leest, stapelt dat wel eens op, en kan het gerust zijn dat je je de inhoud of korte samenvatting nauwelijks nog kan herinneren. Dan is de keuze op gebied van beïnvloeding snel gemaakt.

In mijn jeugd

Ik ben vrij vroeg begonnen met het lezen van volwassen romans in de vorm van “fantasy” fictie. Mijn vader bewaarde vanuit zijn eigen jeugd een kopie van Lord of the Rings: de tweeëntwintigste druk van 1979 om exact te zijn. De erg vergeelde boeken heb ik dan ook plichtbewust doorworsteld, maar ik denk dat ik eerder zelf tot die fantasy categorie ben terecht gekomen. Mijn ouders zijn geen literaire meesters en hebben dan ook net als alle scholen weinig moeite ondernomen om hun kinderen die voor mij nu levensbelangrijke vaardigheid mee te geven.

Een van de eersten moet Roger Zelazny’s Amber serie geweest zijn (of J.V. Jones’ Boek der Woorden reeks), gevolgd door Robin Hobb’s Boeken van de Zieners. Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit één non-fictie boek heb aangeraakt in mijn jeugd, buiten de schoolplichtige zaken die met grote tegenzin wel diagonaal bekeken werden. De gedetailleerde fantasie werelden waren een ideale plaats om als teruggetrokken tiener in weg te dromen: waar alles groots, uitdagend, en vooral ook betekenisvol was. David Eddings liet me mijn voorkeur voor het ik-perspectief ontwikkelen met zijn Belgarath reeks.

Klassiekere fantasy reeksen zoals Het Zwaard Der Waarheid en het Rad Des Tijds leerde ik veel later in mijn universiteitsjaren kennen, waar vrienden dezelfde smaak vertoonden. Ik zal nooit Tolkien als dé fantasy schrijver aanhalen maar dat eerder aan Hobb, Eddings of Zelazny toewijden. Een uitzondering op de regel is Stephen King’s Ogen van de Draak: een eenzaat waarbij ik bijna een ander soort boek in handen kreeg. Mijn vader zijn Duin boek heeft me nooit kunnen overtuigen dat science-fiction mij meer zou liggen dan fantasy. Ik herinner me nog (veel) science-fiction boeken van Isaac Asimov die amusant, maar niet blijvend overkwamen. Er werd veel verslonden in die tijd: alles om maar niet te veel aanwezig te zijn in het heden.

De ontdekking van non-fictie

Mijn dagboeken gaan niet verder terug dan 2010 en dat heeft een reden: self-help boeken als Power Thinking van Caterina Rando en Getting Things Done van David Allen markeren het prille begin van mijn zelf-reflectiviteit. Ik was mij toen nog niet bewust dat dit uiteindelijk flauwe afkooksels zijn van oudere filosofische aspecten, zoals Aristoteles’ deugdethiek. Ideeën neerpennen om er later iets mee te doen werd alleen maar meer toegepast na het lezen van Your Brain at Work van David Rock en Where Good Ideas Come From van Steven Johnson.

Op gebied van mijn werk als beginnende software ingenieur bleef toen vooral gek genoeg Presentation Zen van Garr Reynolds hangen: goede technische boeken die ik de afgelopen 10 jaren gelezen heb kan ik op één hand tellen (waaronder als eenzaat Structure and Interpretation of Computer Programs van Abelson en Sussman). Ik begon meer interesse in meta-skills te vertonen en las graag verhalende toppers van onder andere Malcolm Gladwell.

Diezelfde periode markeerde ook het begin van het verplichte keukenwerk waardoor mijn vader zijn meegegeven interesse voor koken eindelijk begon te leven. Ik heb toen ik bij mijn ouders woonde geen enkele keer zelf gekookt buiten het omdraaien van de eenzame pannenkoek, maar was wel telkens geïntrigeerd door de geproduceerde geuren en vooral het bakproces. Ik begon het internet te gebruiken als onderzoeksbodem en stootte tegen boeken die verantwoordelijkheid uitdroegen: The Story of Stuff van Annie Leonard en Eating Animals van Jonathan Safran Foer. Daarna heb ik zonder moeite geen enkel stuk vlees of vis meer aangeraakt.

In 2012 kocht ik Bread van Jeffrey Hamelman, nadat ik op een blog iets gevonden had over zuurdesem brood. Op zoek naar de smaak van dat perfecte stukje brood, gegeten in een restaurant waar we als familie vroeger jaarlijks naar toe gingen te Spanje. De laatste 6 jaar ben ik onder andere dankzij dit boek zo intensief bezig geweest met brood bakken dat ik nu een gediplomeerde bakker ben, én bij de bekende Gentse bakkerij De Superette als stagair heb meegedraaid. Als dat geen invloed van een boek is weet ik het ook niet meer. Dat één inspirerend boek over brood werden er meer met onder andere Local Breads van Daniel Leader en natuurlijk Chad Robertson’s werk. Weet wel dat die invloeden bewust door mijn dagelijks disciplinair schrijven versterkt werden!

De ontdekking van spiritualiteit

Zelf-reflectie werd verder uitgediept door simpelweg meer te schrijven, en door “Zen of het konijn in ons brein” van Tom Hannes of “De 7 geheimen van de schildpad: verborgenheid vinden in jezelf” van Ronald Schweppe. Fantasy werd verbannen naar de achterkant van de boekenkast. De sporadische Donkere Toren boek hield me enkel op de trein naar het werk bezig: het serieuze werk, met name het uitdiepen van mijn eigenheid, had duidelijke voorrang gekregen. Search Inside Yourself van Chade-Meng Tan sluit in 2014 perfect bij dit rijtje aan van memorabele openbaringen.

Ondertussen vond ik op software gebied mijn gading in JavaScript: the Good parts van Douglas Crockford, en begon ik ook met collega’s op te leiden in prototypal inheritance. Ik merk trouwens dat bij het overlopen van de Goodreads lijst weinig boeken die ik 4 of 5 sterren heb gegeven mij bij gebleven zijn als “sterk beïnvloed door”. Mijn fysieke bibliotheek wordt regelmatig bijgewerkt met nieuwigheden die gelezen interessante maar niet inspirerende boeken vervangen. Diegene die de tand des tijds doorstaan zijn voor mij daarom dus de meest relevanate die het herlezen waardig zijn.

Populaire wetenschap lees ik graag als tussendoortje en blijft gedoemd om tot die ‘afwisseling’ te behoren: ik herinner mij er slechts vaag titels en grote lijnen van, zoals Dreamland van David K. Randall, Moonwalking with Einstein van Joshua Foer of Bird Sense van Tim Birkhead. Quiet van Susan Cain valt voor mij ook in de zelf-reflectie categorie, en heeft me ook iets over mezelf geleerd, wat het boek promoveert tot een permanente plaats in de kast. Afwisseling is nodig, maar af en toe moet ik kunnen afwisselen van de afwisseling.

Gladwell’s exceptionele performers in zijn boeken leidden me tot Linchpin van Seth Godin, Willpower van Roy F. Baumeister en Mojo van Marshall Goldsmith. Dankzij die boeken ben ik mij meer gaan interesseren in motivatie en trad ik op als coach, lesgever en inspirator. Ik probeer mijn ontdekkingen die je hier (en in mijn dagboeken) kan lezen door te geven door mensen aan te sporen deze voor mij belangrijke boeken ook een kans te geven. Iedereen vindt zichzelf in een ander boek terug natuurlijk: Power Thinking is eigenlijk maar een belachelijk dun boekje met weinig inhoud. Ik vergeet nog bijna het technischer werk Pragmatic Thinking & learning van Andy Hunt dat ik dankzij een leesgroepje op het werk heb leren kennen.

Voorbij positieve psychologie

Voor onze zomervakantie huurden we ooit via Airbnb onder andere een appartement in Nancy, dat tot onze verbazing iemands effectieve woonst was. Het is geweldig om rond te snuffelen in andermans boeken, en daar trof ik in een rommelig hoekje op het nachtkastje buiten haar eigen dagboek, wat ik respectvol heb laten liggen, een kopie van Alain de Botton’s the Art of Travel aan. De inhoud sloeg nog niet dadelijk aan maar het zaadje was toen al gepland.

Op gebied van voedsel spelen twee boeken voor mij in 2015 een belangrijke rol: Cooked van Michael Pollan en The Art of Fermentation van Sandor Katz. Pollan’s leuke geschiedenisles leert me beter nadenken over verschillende kooktechnieken en zet me aan om nog meer er over op te zoeken, terwijl Katz’ kloefer over fermenteren mijn passie rond kweken van bacteriën verbreed van enkel desem naar tempeh, koji en kefir. Mort Rosenblum zijn persoonlijke verbintenis met de olijvenboom gaf me genoeg stof tot nadenken over ouderdom en herkomst van producten die we zo achteloos dagelijks in de keuken hanteren.

Een hoop middelmatige boeken later las ik Flow van Mihaly Csikszentmihalyi (ik heb de naam moeten kopiëren) en Lessen in Levenskunst van Wilfried van Craen. De vorige boeken refereerden al vaak naar Flow en het boek zelf vond ik niet zo geweldig, maar ik probeer het concept wel een belangrijke rol te laten spelen in mijn leven. Wilfried’s gelatenheid en gezapige verhalen waren de ideale compaignon op een “nadenk vakantie”. Edward Slingerhand introduceerde me in de wereld van Lao Tzu en Confucius met Trying not to try, iets wat smaakte naar meer.

Die “meer” kreeg in 2016 vorm in Hamlet’s Blackberry van William Powers en Zen and the Art of Motorcycle Maintenance van Robert M. Pirsig, alhoewel die laatste niet bepaald een “blijvende” indruk heeft nagelaten ben ik toch blij dat ik deze gelezen heb. Hamlet’s Blackberry is weer zo’n boek dat ik heel toevallig ben tegengekomen, door een opruimactie van een vriend wegens verhuis. Hij had het boek niet eens gelezen…

Mijn gestructureerde, materialistische geest werd dankzij Marie Kondo gewezen op “Opgeruimd!”, waarbij ik prompt “minimalisme” en “ontspullen” naar voren schoof door verwoede lokale opruimacties organiseerde, tot de grootste ergernis van mijn vrouw. Ik ben nog steeds van plan om ooit “Goodbye, Things: The New Japanese Minimalism” te lezen van Fumio Sasaki.

Intermezzo

Robin Hobb haar Boeken van de Zieners werden waardig afgesloten met de laatste trilogie die ik natuurlijk absoluut moest lezen: boeken van 600+ pagina’s waar je niet onmiddellijk klaar mee bent. Haar boeken van de Zoon van de Krijger relaas stelde me diep teleur door de overdreven langdradige beschrijvingen, waarbij ik de punch van FitzChevalric in haar andere reeks erg miste.

Enkele reisverhalen vonden hun intrede in mijn kast: het erg luchtige Vagabond Dreams van “den” Ryan Murdock wiens blog ik al een tijdje in het oog hield en de wereldklassieker “A Walk in the Woods” van Bill Bryson wiens verfilming op niets trok. Haaienkoorts van Morten A. Strøksnes was ook een leuke tip van een collega, maar vooral Bill deed me kleiner dan mezelf voelen in dit prachtige universum. Na het ophangen van mijn floret en degen vond ik troost bij Richard Cohen’s By the Sword. Ik heb nog steeds geen echte vrede kunnen nemen met mijn beslissing om te stoppen met schermen, ook al las ik er een erg goed verhaal over.

Mijn andere nieuwe hobby, tekenen, betekende een nieuwe rayon in de kast waarbij vooral Danny Gregory’s “The Creative Licence” en andere boeken mij enorm inspireerde door zijn persoonlijk verhaal en tekenstijl met vulpen en waterverf. Dankzij Drawing on the Right Side of the Brain van Betty Edwards kan ik beter tekenen dan mijn belachelijke pogingen in het middelbaar. The Art of Urban Sketching van Gabriel Campanario zet mij voorgoed in het pad van vulpen (en misschien ooit waterverf). Begin 2017 markeert ook het begin van mijn primitief inzicht in kunst met voornamelijk Alain de Botton’s “Art as Therapy” en een aantal memorabele brieven van Vincent van Gogh.

Na Sandor’s fermentatie bijbel mag ik wel zeggen, verdient Bar Tartine een tweede plaats dankzij een verjaardagscadeau. Je kan er veel gespecialiseerde technieken in terugvinden rond drogen, opleggen, fermenteren, verpoederen, mixen, … De meeste traditionele kookboeken kunnen me maar matig boeien: er een aantal keer door grasduinen levert wat tijdelijke inspiratie op en dat is het dan ook.

Aankomst bij filosofie

Dankzij Hamlet’s Blackberry en een hoop referenties las ik verder tot Philosophy for Life van Jules Evans en Roman Krznaric’s Wonderbox. Roman en Alain zitten samen in the School of Life, waar in tal van dagboeken aantekening van terug te vinden zijn. Uiteindelijk las ik dankzij wat rondsnuffelen in de bibliotheek Marcus Aurelius’ Meditaties. Die verdient zeker een vaste plaats maar moet nog aangekocht worden. Epicurus en Epictetus waren volgende waarbij eerlijk gezegd enkel Marcus mij inspireert: zijn reflectie is makkelijker over te zetten op eigen daden.

Oosterse filosofie in de vorm van Miyamoto’s boek der 5 ringen en Shunryu Suzuki’s Zen Mind, Beginner Mind boden de nodige tegenhangers van al dat Westers filosofisch geweld. De troost van de filosofie leerde me de Botton’s werk in populaire, aanspreekbare filosofie pas echt appreciëren.

Dan belanden we in het huidige 2018 waar weeral filosofie centraal staat met Donald Palmer’s universitaire introducties, die redelijk licht verteerbaar zijn, en het uitmuntende “Brief aan een middelmatige man” van Joep Dohmen die pleit voor zelfontplooiing, waar ik de laatste 8 jaren dankzij mijn dagboeken al intensief mee bezig ben.

De kans is groot dat ik een aantal belangrijke werken vergeten ben doordat ik graag boeken weggeef in de hoop anderen te inspireren, en dus vergeet wat het voor mij betekende. Ik heb te veel notities om dit allemaal nog na te kunnen gaan. In ieder geval geeft het (veel) lezen van (veel) verschillende (non-fictie) onderwerpen mij enorm veel voldoening, en blijft er hier en daar eens een boek plakken als inspiratie. Dit zijn de boeken die mij maken tot wie ik tot nu toe ben. Ik heb in de loop der jaren vooral geleerd dat die “ben” in de vorige zin erg dynamisch is: wat ik nu ben, ben ik morgen immers (misschien) niet meer…

A Decade in the Software Engineering industry

Everything I've learned in 10 + 1 years  27 October 2018

 Top