Over Onmiddellijke Voldoening

Het ik-MOET-het-nu-hebben gevoel zijn zin geven

 2 December 2019  |   3 December 2019

Spring jij onmiddellijk in je wagen als die plotse zin in tomatensoep op komt en je zelf niets in huis hebt? ‘Snel even een blikje lenen, ik ben zo terug schat!’ Het lijkt als een onschuldige actie, maar er schuilt heel wat meer achter deze dorst naar huiselijke soep: alles wat ik niet heb, wil ik, en wel nu dadelijk.

Het probleem is dat het vandaag ook allemaal kan.

Je kan via Ali Express eender wat bestellen. Dat wordt dan wel drie weken wachten op de boot. Je kan via Bol.com héél veel bestellen. De volgende dag ligt het pakketje aan de deur. Webshops zijn niet meer weg te denken in ons leven. Het probleem is niet de shop, maar de ingesteldheid, en de ‘zwakheid van het vlees’ om onmiddellijk in te geven. Roy Baumeister noemt het (een gebrek aan) wilskracht (Willpower). Het interessante aan Baumeister zijn werk is de vaststelling dat wilskracht een uitputbare bron is. Laat dat nu net hét probleem zijn van de hedendaagse vluchtige kapitalistische (post-moderne?) cultuur: we worden langs alle kanten gebombardeerd met vanalles-en-nog-wat, die deze wilskracht zéér snel uitput.

Ik kijk met de ogen van een vijfendertigjarige naar achtjarige kinderen die schreeuwend van hun ouders eisen dat LEGO doos z onmiddellijk MOET worden aangekocht. Betekent dat dat ik als achtjarige nooit schreeuwde en iets graag wilde hebben? Natuurlijk niet, maar mijn ouders gaven me nooit zo snel mijn zin - en maar goed ook. Ik herinner me nog dat ik een of andere plastieken Turtle zelf mocht kiezen, maar dat ik er eerst voldoende over diende na te denken. Na de keuze is er immers geen weg terug: ik kreeg maar één exemplaar. Ik koos uiteindelijk na, volgens mij voldoende, te hebben nagedacht. Twee uur later had ik er al enorme spijt van, en wilde ik dolgraag het andere exemplaar. Ik was oprecht verdrietig, en als ik nu terugdenk aan dat nog glashelder moment, krijg ik het terug warm. Maar ik begreep ook dat ik een keuze had gemaakt, en dat ik onmogelijk beiden kon bezitten. Ik was als kind natuurlijk afhankelijk van het geld en de toestemming van mijn ouders. Die manier van verantwoordelijkheid implementeren lijkt te ontbreken bij velen. Ze willen alles. Whatever it takes, zoals de popliedjes zo vrolijk beschrijven. Of, because you’re worth it. Of we er nu voor moeten schreuwen, dreigen, of twee keer op een webshop voor moeten klikken: ontvangen zullen we - en hoe.


Nostalgie in de vorm van goede of slechte herinneringen?

Een speeltje dat niet in de lokale winkels lag kon men vroeger bestellen bij diezelfde handelaar. Dat betekende een week of twee wachten, tot de groothandelaar de juiste zaken terug aanleverde. Ondertussen kon je genieten van iets magisch: uitkijken naar iets. Kennen we dat eigenlijk nog? Het enige wat wij momenteel kunnen doen is uitkijken naar bepaalde dagen, want die zijn nog niet beschikbaar op bestelling. Zelfs dat klopt niet helemaal: de feestdagen beginnen elk jaar vroeger dankzij de commerciële mallemolen die ons nog meer opjut om op de ‘koop nu’ knop te drukken.

De iPhones die tweejaarlijks worden vernieuwd vormen in zekere zin ook een verslaving. Ik word uitgelachen met mijn voorkeur voor een (te oude) kleine smartphone, dat een belachelijk moeilijke zoektocht bleek te zijn. Updaten blijkt heel weinig te maken hebben met het dichten van veiligheidslekken en het oplossen van kleine en grote probleempjes, maar meer met dat voldoeningsgevoel. Misschien toch maar wachten tot er een afprijzing verschijnt… Black Friday, Purple Thursday, Sunny Holidays, noem maar op: zelfs daar moeten we ook niet bepaald op wachten, het is elke dag wel een koopjesdag.

Na een zware werkdag, die ook nog eens eiste dat je de frustrerende files moest trotseren, is het niet meer dan logisch dat onze wilskracht op negatief staat. Een snelle hap in plaats van een uitgebreide (en fatsoenlijke), en een instant-film in plaats van een goed boek. Als dan die laptop op de schoot wordt genomen en onze Paypal account automatisch inlogt is het belachelijk eenvoudig om drie kartonnen dozen vol rotzooi te bestellen die enkele dagen later door ook een gefrustreerde postbode worden geleverd. Ondertussen kunnen we lekker binge-watchen, zo een beetje het gruwelijkste woord (inclusief betekenis) van de afgelopen jaren. Want waarom wachten op volgende week als je het vervolg van die serie vandaag al kan kijken?

Onmiddellijke voldoening heeft ook te maken met de onmiddellijke aanwezigheid van alles, dankzij de hyper verbonden wereld en de 150gr zware apparaatjes die precies een extensie van onze hand geworden zijn. Als we nu op vakantie zijn, kunnen we onmiddellijk de familie kiekjes opsturen, waarvan we uiteraard verwachten dat ze onmiddellijk bekeken worden. Wanneer mijn ouders op vakantie zijn, word ik gebombardeerd met foto’s van idyllische landschappen, goedkoop bier, en veel te veel ‘selfies’. Daar wordt dan onmiddellijk op gereageerd, liefst met zaken als ‘leuk! (hartje) (hartje)’, of ‘amuseer u, hier is het nog steeds kak!’. Vijfentwintig jaar geleden reden mijn ouders mijn zussen en mij voorbij de Spaanse grens, om een dag later het dorpscentrum in te rijden en peseta’s in een telefooncel te steken, hopend op een verbonden lijn die de grootouders geruststellen dat we allemaal nog leven. Vakantiefoto’s werden uiteraard pas ontwikkeld na de terugreis.


Meer wachten dan nodig? Ik ben toch niet gek!

Dat klinkt allemaal redelijk pessimistisch, verlangend naar een vervlogen tijdperk van telefoonkaarten in een pre-Euro zone. In feite wil ik dit zeggen: waarom is het nodig om nutteloze foto’s van nietszeggende dingen door te sturen op het moment zelf, in plaats van ter plekke te genieten en het verhaal achteraf te vertellen? Want wat valt er de familie te vertellen bij de thuiskomst, als we heel de rit al veel te intens hebben meegemaakt? ‘Oh ja, dat wist ik al, ik zag het op foto x’. Iedereen is al op de hoogte van elkaars reilen en zeilen voordat we mekaar effectief zien. Dat betekent dat er op het moment van weerzien maar bitter weinig te vertellen valt. En dan zijn we verwonderd dat sociale capaciteiten toch niet de grote sterktes van tegenwoordig zijn.

Waarop wachten we tegenwoordig nog? Op de wifi verbinding? Op de Windows updates? Op het groen licht, en de klote chauffeur die niet snel genoeg gezien heeft dat het licht daadwerkelijk op groen is gesprongen? Op een Master diploma, dat tot vervelends toe toch wel eens vijf jaar of langer kan duren, afhankelijk van de goesting van de student (en dus de wilskracht)?

Onmiddellijke beschikbaarheid is volgens velen geen luxe, maar eerder een vereiste. Niet dadelijk reageren op een e-mail bericht resulteert in een nieuw, ditmaal geagiteerd heb-je-dit-gelezen-dringend-antwoord-nodig bericht, vaak de dag nadien. Dan heb ik het nog niet over werk-werk e-mail verkeer, maar over privé afspraken, waar we evenzeer verwachten dat iedereen constant kan en wil antwoorden. Snailmail (d.w.z. de klassieke post) is voor geitenwollen sokken liefhebbers, voor zotten die de pen ter hand durven nemen en over het magisch iets genaamd geduld beschikken.

Dat het een schone deugd is, weten we al langer. Maar er zijn zoveel deugden, en een mens moet nu eenmaal kiezen. Ongeduld past beter bij de huidige maatschappij anno 2019. Geduld is voor mensen die eigen groenten telen in een moestuin. Of zelfs dan niet: dan ga je toch gewoon naar de handelaar om reeds uit de kluiten gewassen planten te kopen in plaats van vanaf nul alles zelf te zaaien?

Er zijn wel degelijk veel dingen waarbij traagheid een overbodige vorm van tijdverkwisting is. Een bestand downloaden van het Internet, bijvoorbeeld: of dat nu een uur duurt, of slechts één minuut: het resultaat en de handeling is exact hetzelfde. Dat kan niet gezegd worden over brood bakken in één uur of in een dag of langer. De samenstelling van het deeg is anders, evenals de smaak die meer ontwikkeld zal zijn als je er wat langer op wacht. Je bestand zal niet lekkerder smaken met een trage telefoonlijn. Een snellere transactie zal evenmin ongevallen veroorzaken op een snelweg. Over CO2 uitstoot valt nog te discussiëren. Wachten op een triviaal bestand dat je nodig hebt voor je werk schept niet bepaald hoopvolle verwachtingen, dus het heeft ook om emotionele redenen weinig zin om dit uit te stellen. Uitkijken naar iets kan ook op andere manieren.

Leven in traagheid in plaats van snelheid geeft ons meer ademruimte om banale dingen te kunnen appreciëren, zoals het wachten op een veelbetekenend antwoord van een (analoge) brief. Kent iemand dat gevoel nog dat je krijgt als je elke dag naar de brievenbus holt, in de hoop dat er iets je kan verrassen? Drie keer per dag op F5 drukken in de e-mail client is alles behalve hetzelfde. Naar een moment toe leven is minstens even belangrijk als het moment zelf, hoe melig het ook linkt, en hoe vaak ikzelf dit niet besef op het moment dat ik de weg aan het bewandelen ben. Het eerste wat je zegt als je op de top staat is: ‘Fijn! Op naar de volgende!’ Plots is het leven gereduceerd tot een flauwe aaneenschakeling van opwindende momenten, in plaats van een bochtig en kronkelend pad dat inderdaad opwindende open plekken kent, maar ook ruige en dicht beboste gebieden.

Het alles-nu-hebben vuurtje wordt nog verder opgestookt door geweldige self-help boeken die zeggen ‘stop met uitstellen, NU is het moment! Doen doen doen! Hup, broek aan, en vooruit!’ Ik probeer niet te spreken over uitstelgedrag, maar over niet-nadenken gedrag. Is iets uitstellen hetzelfde als uitkijken naar iets? Nee, want als je uitkijkt naar iets, heb je al een actie ondernomen, waarbij je simpelweg wacht op de actie van iets of iemand anders. Don’t just stand there, do something! zou moeten worden vervangen door Don’t just do something, stand there!, een leuke suggestie die ik ooit las in een van de Pragmatic Programmers boeken, die stelt dat bij problemen in code je éérst dient te verifiëren vooraleer te (her-)werken.

Terwijl ik dit schrijf, vraag ik me af in hoeverre ik hier zelf rekening mee houd. Ik vrees dat ik er zelf niet bijster veel van bak. De theorie is nu eenmaal altijd makkelijker dan de praktijk, wat academici je ook durven wijsmaken. Maar ik ben me er (bij momenten zoals deze) wel van bewust, en dat is reeds een belangrijke stap. Een van de moeilijkheden is namelijk dat de rest van de wereld wél in onmiddellijkheid leeft, en je in veel gevallen je daar naar dient te schikken. Een schouderophalen is de enige manier om hier mee om te gaan:

Shikata ga nai (仕方がない)

De Japanse manier om hier mee om te gaan is ‘Shō ga nai’ zeggen: ‘niets aan te doen’. Wiki: The ability of the Japanese people to maintain dignity in the face of an unavoidable tragedy or injustice, particularly when the circumstances are beyond their control. C’est la vie!

 Top